blog
Nieuws #113
29/08/2017

Over Sofia Coppola's The Beguiled


Ik schreef een soort-van-tweeluik over Sofia Coppola's nieuwste film, The Beguiled. Nu te lezen in De Groene Amsterdammer, als onderdeel van de special rond kunst en identiteit, en in het septembernummer van de Filmkrant.

'De vijand mee naar huis', De Groene Amsterdammer

Wanneer je de gedachte doortrekt dat Coppola’s film over een machtsstrijd tussen man en vrouw gaat – dé man en dé vrouw – dan kun je je zelfs voorstellen dat Miss Martha en de vrouwen om haar heen symbool staan voor de vele gezichten van een enkele vrouw: een vrouw die perfectionistisch én rebels is; vilein en gedwee, romantisch en geil, zorgzaam en gewiekst – en eeuwig in strijd met zichzelf.

Lees verder op de website van De Groene Amsterdammer
Of op Blendle

'Haan in een kippenhok', Filmkrant

In hoeverre verschillen man en vrouw werkelijk van elkaar? En in welk opzicht zijn ze exact hetzelfde? In The Beguiled vecht de man een oorlog uit en leert de vrouw Franse vervoegingen. Ze naait, ze kookt, ze verpleegt. Ze zingt en ze speelt piano. Ze plukt paddenstoelen. Ze tut zich op en schikt haar rokken. Voor haar is de oorlog niet meer dan een rookpluim in de verte, een militair die aanklopt om haar gerust te stellen. Maar uiteindelijk is er geen wezenlijk verschil tussen de seksen. Man en vrouw verlangen evenzeer naar seks, ze zijn evenzeer uit op macht. Ze zijn even gewelddadig, al hanteren ze andere wapens. Ze willen allebei verleiden. Ze willen allebei gezien worden, en ze willen allebei kijken.

Lees verder op de site van de Filmkrant




Nieuws #112
23/07/2017

1.
Voor het zomernummer van De Groene Amsterdammer schreef ik over (un)happy endings in liefdesfilms: krijgen ze elkaar of niet? 

Het optimistische slot dat Hollywood ons decennialang heeft geleverd staat ter discussie. Zelfs als ons een happy end wordt gegund, krijgen we er vraagtekens bij geleverd.

Lees verder op de site van De Groene Amsterdammer, of via Blendle

2.
In het 400e nummer van de Filmkrant is een special opgenomen: 'Film in the bubble'. Hiervoor schreef ik over identiteitspolitiek in de filmjournalistiek. 

"Writing While (Straight) Male" noemt filmcriticus Stephanie Zacharek het: het idee dat je als witte, mannelijke, heteroseksuele journalist per definitie verdacht bent. Dat geldt dubbel wanneer het onderwerp waarover je schrijft niet-wit, nietmannelijk en niet-heteroseksueel is. En het geldt in het kwadraat als het gaat over de emancipatie van dat niet-witte, niet-mannelijke, niet-heteroseksuele onderwerp.

Lees hier mijn stuk (en de rest van de special), of haal een gratis Filmkrant bij je lokale filmtheater.



Nieuws #111
15/06/2017

Voor de Filmkrant schreef ik over Wonder Woman, die vanaf vandaag te zien is in de Nederlandse bioscopen. 

Ik ben een seksist. Natuurlijk kijk ik graag films waarin mannen voorkomen. Films waarin mannen protagonist zijn. Of antagonist, love interest, BFF. Maar misschien kijk ik nog wel liever naar films over vrouwen. Misschien geeft een vrouwelijke hoofdrolspeler me wel meer toegang tot het verhaal, kan ik me makkelijker met haar dan met hem identificeren. Het was helemaal niet mijn bedoeling geweest om vrouwen te tellen in de trailers voorafgaand aan Guardians of the Galaxy Vol. 2. Maar in de wervelwind van machismo die op me afkwam, ging het vanzelf. Het echte tellen gebeurde achteraf, op IMDb. Pirates of the Caribbean: Salazar's Revenge scoorde het belabberdst: van de eerste vijftien acteurs op de credit roll zijn er slechts drie vrouw. War for the Planet of the Apes kwam er het best vanaf: zes vrouwen tegenover negen mannen. Goed, kun je denken. Dit zijn dan ook actiefilms. Maar zijn actiefilms — naast kinderfilms — niet oververtegenwoordigd in de grote bioscopen, die het gros van de filmliefhebbers bedienen? In de lijst met best bezochte films van Nederland bestaat, op het moment van schrijven, de top drie uit actiefilms. Op nummer één staat King Arthur: Legend of the Sword. Ik kijk op IMDb: onder de eerste vijftien acteurs van deze film zijn twee vrouwen. Ik herhaal het maar even voor het effect: dat zijn twee vrouwen tegenover dertien mannen. Lees hier verder

Ook zei ik iets over de film bij Nieuwsuur.



Nieuws #110
06/06/2017

De afgelopen maand schreef ik twee stukken voor De Groene Amsterdammer, over Song to Song en de films van Terrence Malick en over The Sense of an Ending, de verfilming van Julian Barnes' gelijknamige roman.

Hier een overzicht van alles wat ik recent voor De Groene schreef.



Bericht #41
04/05/2017

Vrouwen en stieren in de films van Scorsese

 

1.
Morgen opent in EYE de tentoonstelling over Martin Scorsese, plus bijbehorend filmprogramma. Voor de Filmkrant schreef ik over Scorsese's vrouwelijke personages en zijn "toxic masculinity"-thematiek. 

In het oeuvre van Martin Scorsese speelt de man een belangrijkere rol dan de vrouw. Mannen hebben simpelweg vaker de hoofdrol. Scorsese vertelt over mannelijke loners die worstelen met het leven. Of hij vertelt juist over een complete kluwen van mannen en over hoe zij — vrienden, vijanden, familie, collegae, bendeleden — zich onderling tot elkaar verhouden. Mannelijkheid, kun je stellen, is een van Scorseses belangrijkste thema's. Het is het soort mannelijkheid dat toxic masculinity wordt genoemd. Met die nogal hippe term wordt het stereotype van de zogenaamde 'echte man' bedoeld: iemand die niet alleen mannelijke geslachtskenmerken heeft maar ook dominant en agressief is, vrouwen onder de duim houdt, bier drinkt, barbecuet en nooit huilt. Hoewel de term vooral in feministische discussies opduikt, is het niet louter de vrouw die onder toxic masculinity lijdt; het is met name de man zelf bij wie dit dwingende verwachtingspatroon tot inwendig conflict leidt.
Lees hier verder

2.
Op 5 juli verzorg ik een inleiding bij de vertoning van Scorsese's Alice Doesn't Live Here Anymore. Lees hier meer.

3.
Eerder schreef ik voor literair tijdschrift Passionate over Scorsese's Raging Bull. Lees het stuk hieronder.



Loser

Vreemd dat het je kan verbazen als een filmklassieker ook echt goed blijkt te zijn. Voor de website van The Guardian schreef filmcriticus Peter Bradshaw over zijn favoriete film Raging Bull, het ontluisterende portret van bokser Jake "The Bronx Bull" LaMotta. Bradshaw ziet de film voor het eerst als hij negentien is: 'Toen de film eenmaal voorbij was, was ik uitgeput, en tegelijkertijd werd ik overvallen door een vreemde behoefte om te schreeuwen, of te lachen, of om de weg naar huis rennend af te leggen, of om geparkeerde auto's op te tillen en om te gooien.' Het stuk ontroert me: ik weet precies wat Bradshaw bedoelt. Alleen, ik ben een kind van de jaren 90. Ik voelde me zo toen ik voor het eerst Pulp Fiction zag, en later Trainspotting. Raging Bull, die uitkwam in mijn geboortejaar, zie ik pas heel recent. Ik ben geen negentien, ik word niet overvallen door een behoefte om auto's om te gooien. Verdomme, denk ik, en ik schaam me voor mijn eigen verbazing: die film is echt goed.
     Waarom heb ik Raging Bull eigenlijk nooit eerder gezien? Ik wijt het aan mijn gymleraar die me tijdens mijn basisschooljaren consequent "zwak" noemde. Ik was natuurlijk ook zwak (lui, een opgever, niet opgegroeid in boomhutten maar binnen met een boek) maar het gescheld van de leraar motiveerde ook niet bepaald. Het droeg enkel bij aan mijn natuurlijke afkeer van sport, aan de fascistische vibe die er rond gymmen hing. En daarmee verpestte het gelijk ook de sportfilm, die ik minstens zo testosterongeoriënteerd vond, en bovendien clichématig, voorspelbaar, oninteressant.
     Raging Bull, een film uit 1980, werd door verschillende filmtijdschriften en -critici verkozen tot de beste film van de jaren 80. Ik zie in deze kleine en persoonlijke film echter de ultieme jaren 70-film. In deze rauwe, wrange en weerbarstige film, waarin goed en kwaad niet van elkaar zijn te onderscheiden, zie ik een tijdperk weerspiegeld waarin desillusie net zo goed tot grimmigheid als tot ultieme vrijheid leidde. Ik zie het tijdperk van punk, van radicalisering, van "New Hollywood", van de opgestoken middelvinger. Raging Bull als de laatste "fuck you" vóór de blockbusters van de jaren 80. Het American Film Institute verkoos Raging Bull ook nog eens tot de beste sportfilm. Maar Raging Bull is helemaal geen sportfilm, het is een anti-sportfilm.
     Een paar dagen voordat ik Raging Bull kijk, zie ik Million Dollar Baby, óók een boksfilm. Liep Scorsese's film destijds de belangrijkste Oscars mis, in 2005 won Clint Eastwoods Million Dollar Baby wél de Academy Awards voor Beste Film en Regie, naast nog twee acteursprijzen. Het verbaast me niet. Million Dollar Baby is in alle opzichten een typische Hollywoodfilm - en daarmee ook een typische sportfilm. De hoofdpersonages uit Million Dollar Baby zijn good guys, met gemoedelijke namen die op -ie eindigen. Frankie: de mopperpot met het gouden hart. Eddie: de oude, wijze Afro-Amerikaan. Maggie: de kleine trotse vechter, de underdog die de weg naar de top aflegt via doorzettingsvermogen, discipline en koppigheid: geen omwegen, geen short cuts, maar immer gerade aus op haar doel af.
     Het tweede deel van Million Dollar Baby mag dan onverwacht zijn (en ook opvallend progressief voor Eastwood, de eeuwig zwevende kiezer die momenteel aan Republikeinse zijde staat) verder is Million Dollar Baby één en al clichés, stereotypes en simplistisch wereldbeeld. Naast good guys kent de film ook slechteriken: een pestkop, een valsspeler, een gezin van opportunisten. Mensen zijn het niet, eerder het noodlot in menselijke vorm. Zij storten de helden van het verhaal, die zo hard vechten voor hun stukje van de taart, in het ongeluk. Zoals elke sportfilm gaat Million Dollar Baby over helden. Raging Bull gaat over losers.
     Een overeenkomst: beide films gaan over volkse mensen. Maggie uit Million Dollar Baby heeft haar hele leven één ding geweten, vertelt Eddie via de voice-over: ze is trash en dat zal ze altijd blijven. Ook het milieu van Jake LaMotta is arm en laagopgeleid. Waar Eastwood zijn "gewone man" van een aureool voorziet, daar zijn de protagonisten van Raging Bull echter ronduit onsympathiek. Jake is een kleinzerige man die zich laat leiden door de meest basale van emoties. Zijn broer Joey is zachtaardiger maar zijn acties zijn minstens zo ondoordacht. Zelfs Vicky, echtgenote en slachtoffer van Jake, is in het beste geval een oninteressante vrouw en in het slechtste geval een verwend prinsesje wiens verveling als een schaduw over haar schoonheid valt.
     In zijn recensie van de film schrijft de Amerikaanse recensent Roger Ebert over de kritiek die Raging Bull destijds te verduren kreeg: Jake LaMotta zou een vlak personage zijn dat de kijker nooit écht leert kennen. Ebert schrijft: 'Ik denk dat deze man niet subtieler is dan hij lijkt. Hij heeft geen overige "kwaliteiten" die hij met ons zou kunnen delen.' Ja, Jake wordt vlak verbeeld: hij is tenslotte ook vlak. Hij is een onzekere en zwakke man die alleen kracht vindt in zijn agressie. Een sportman maar geen held. Geen diepere gronden; geen ruwe bolster, geen blanke pit.
     Ik neem het terug. Jake wordt allerminst vlak verbeeld. Scorsese geeft op bijna ontroerende wijze een inkijkje in zijn persoon en gedachtewereld. Geïmproviseerde gesprekjes tussen Jake en Joey (een rol van Joe Pesci) onthullen de broers LaMotta voor wie ze zijn; domheid, jaloezie, slechte humor en al. Sympathiek maakt het ze niet, wel levensecht. Op andere momenten maakt Scorsese het de kijker juist weer verdomd lastig om met zijn hoofdpersonages mee te leven. Na een verloren gevecht zit Jake verslagen in zijn kleedkamer. De camera maakt een cirkel door de ruimte, om te eindigen bij de spiegel, waar Jake zichzelf in de ogen kijkt. Vóór de scène zijn dramatische hoogtepunt kent, het moment dat je medelijden met hem krijgt, wordt er onbarmhartig naar de volgende scène gesneden. Ook gebruikt Scorsese geen muziek om dergelijke momenten extra aan te zetten. De melodramatische score zit juist precies tussen de dramatische momenten in. En zit er wel muziek onder, dan een zoetsappig liedje, als ironisch commentaar op wat we te zien krijgen. Als Jake zijn broer en vrouw te lijf gaat, horen we Marilyn Monroe 'Bye Bye Baby' zingen op de radio.
     Pas helemaal aan het einde van de film, als Jake zijn carrière als bokser voor die als kroegbaas heeft ingeruild (en zijn sixpack voor een bierbuik), staat Scorsese ons toe om met hem mee te leven. Juist omdat we lang op dit moment hebben moeten wachten, zo lang dat we het eigenlijk niet meer verwacht hadden, is het gevoel van medelijden bijna ondraaglijk. De tragedie van "million dollar baby" Maggie zat 'm in het feit dat het noodlot haar overkwam. Maar het gegeven dat de zelfdestructieve Jake zijn eigen lot bepaalde, is uiteindelijk oneindig veel tragischer. De legendarisch brute bokswedstrijden uit Raging Bull, op magistrale wijze gefilmd, geknipt en van geluid voorzien, zijn zo gruwelijk dat ze lichamelijke reacties ontlokken: ineenkrimpen, terugdeinzen, wegkijken. Maar het moment dat de uitgezakte Jake, de loser, toegeeft aan zelfmedelijden en schuldgevoel is minstens zo intens. Raging Bull is geen sportfilm maar Raging Bull kijken toch zeker een sport op zich.



Bericht #40
24/03/2017

De mogelijkheid van een dansvloer

Ik kan me de film niet meer herinneren, wel de discussie die ik erna voerde. De film was Good Will Hunting, het jaar 1998. Of misschien iets later. Ik was nog geen twintig, woonde anti-kraak met een groep vrienden. Ik vond de film ongelofelijk stom, want: manipulatief, feel good, melodramatisch, voorspelbaar; alles wat ik destijds luidkeels verachtte. Grootste zonde: Good Will Hunting had een happy ending. Alleen dat einde weet ik nog: de hoofdpersoon kiest niet voor zijn carrière, zijn talent – hij kiest voor het meisje.

Ik was woest. Snuivend ging ik het gesprek aan met mijn vrienden R. en S., al sinds hun zeventiende een stel, en nog steeds zijn trouwens. Ik brandde het clichématige einde af, zij gingen daar minstens zo fel tegenin, als één man, met één mening. Ik verloor de discussie. R. (of was het S.?) zei dat ik er niet over kon oordelen; ik had nooit een vriendje gehad. Ik was nooit zo verliefd geweest, en niemand was zo verliefd geweest op mij.

Wat zou mijn nog-geen-twintig-jarige ik van La La Land hebben gevonden? De populaire film van Damien Chazelle, waarmee hij meerdere Oscars won, is ontegenzeggelijk romantisch, maar kiest voor een einde waarin de liefde niet overwint. In plaats daarvan worden de hoofdpersonages beloond met een succesvolle carrière en een eeuwig dromen van wat-had-kunnen-zijn. Ik zei dat ik verliefd wilde worden, destijds. Ik droeg hartjes in mijn oren, een ring met LOVE erop. Maar eigenlijk wilde ik precies dat: dromen van wat-zou-kunnen-zijn.

Damien Chazelle viert het individualisme, las ik ergens. Hij doet dat niet alleen in La La Land, maar ook in Whiplash, zijn doorbraakfilm. Ook die film, over een jazzdrummer in opleiding, ging over het verkiezen van je vak boven de liefde. Het happy end ging als volgt: na vele mislukkingen en tegenslagen beleefde de drummer beleefde zijn glorieuze moment in de spotlights, tijdens een eindeloze drumsolo. Hij werkte niet samen met de andere muzikanten, hij droeg niet bij aan het geheel, hij legde geen basis voor een ander, nee, hij kaapte het moment om zelf te excelleren.

Verkering hebben is uit. Taylor Swift introduceerde haar fotogenieke squad. Vrouwelijke celebs nemen hun BFF’s mee op de rode loper (beroemd voorbeeld: actrices Michelle Williams en Busy Phillips); mannen kiezen hun moeder als plus-één. Popzangeressen zingen over het plezier van alleen zijn (een eufemisme voor masturbatie). In het anti-kraakpand kropen mijn vriendinnen en ik op zondagochtend bij elkaar in bed, en bespraken de zaterdagnacht. We deelden informatie (wie er was, en wie niet). We beeldden situaties uit, herhaalden gesprekken. Belden met andere vriendinnen. Droomden van wat-zou-kunnen-zijn. Nu droom ik van die ochtenden.

In de Jonge Schrijvers Gids van Vrij Nederland deelt journalist en schrijver Noor Spanjer een fragment uit haar boek Dertig dates cadeau. In zowel het fragment als de begeleidende verantwoording ageert ze tegen het heersende idee over de single. Single-zijn wordt, volgens haar, gezien als een tussenfase, als een onvolwaardige staat van zijn. Ze noemt het “het juk van het romantische ideaal”. Ik, gezapig verliefd, heb moeite om het terug te halen; de verontwaardiging die ik voelde toen ik zelf vrijgezel was. Een soort boze gekwetstheid was het, die nu ik het zo op papier zet een beetje sneu klinkt, maar waar ik toen een enorme kracht uit putte. (Eigenlijk klinkt dat niet minder sneu.)

Er vormde zich, ook al weer jaren geleden, een groepje jonge vrouwen, zoals een groepje zich soms ineens vormt. Een van hen, een goede vriendin van mij, verzuchtte dat ze het zo fijn vond om weer eens onder vrouwen te zijn die geen relatie hadden. Ik (de enige niet-vrijgezel) begreep wat ze bedoelde. Het was niet dat we, squad-achtig, op mannen joegen, dansvloeren bevolkten. Het was niet eens dat we het erover hadden, over vrijgezel-zijn, over beoogde geliefden, over alleen wonen, over de zaterdagnacht. Ik worstel om mijn vinger erachter te krijgen, achter wat het dan wél was. Nou ja, er wérd natuurlijk wel geflirt, bedenk ik me nu. Er waren zeker dansvloeren, en als die er niet waren, was er altijd de mogelijkheid van een dansvloer. Hoe is dat voor mannen die geen relatie hebben? Werkt het anders voor hen? Dat strijdbare van alleenstaande vrouwen, van de Noor Spanjers, dat zie je toch niet bij mannen.

Vrouwen vechten zich op hun achttiende het huis uit, tenminste, daar ken ik nogal wat voorbeelden van. Mannen blijven plakken, vinden het wel makkelijk. Mannen zijn pragmatisch, vrouwen bevechten hun zelfstandigheid. Vrouwen willen zich bewijzen. Als vrijgezel wilde ik dat ook: bewijzen dat ik heus alleen wilde zijn. Dat alleen-zijn een keuze was. Maar omgekeerd geldt het ook. Nu ik niet alleenstaand ben, maar gezapig verliefd, wil ik bewijzen dat ik heus nog autonoom ben. Dat hoewel ik alleen-zijn nog steeds als ideaal zie, ik er, keer op keer, voor kies om samen te zijn. 



Nieuws #109
24/03/2017

Voor De Groene Amsterdammer schreef ik over American Honey, de nieuwe film van Andrea Arnold. Hier te lezen. Of hier, op Blendle.





Nieuws #108
24/02/2017

Ik schreef een lang stuk over tv-serie Girls, deze week in De Groene Amsterdammer. Te lezen op hun website, of op Blendle (beiden betaald). 

De hoofdpersonen van de tv-serie Girls zijn weliswaar jong, maar toch geen meisjes meer. De titel mag je opvatten als ironisch. De serie, die deze maand zijn zesde en laatste seizoen ingaat, vertelt over vier jonge vrouwen en een wisselende samenstelling van mannen die toeven in hip Brooklyn, New York. Ze zijn wit, hoogopgeleid en leven op het geld van hun familie. Ze hebben hoge (artistieke) ambities maar stuiten op de realiteit van onbetaalde stages, moordende concurrentie, hoge verwachtingen en hun eigen zelfondermijning. Ze snakken naar aandacht, intimiteit en waarlijk contact, maar ze zijn te veel met zichzelf bezig om een ander werkelijk te begrijpen. Bij nader inzien is de titel van de serie helemaal niet ironisch. Hij legt precies uit waar Girls over gaat: over de worsteling om volwassen, om vrouw, te worden.

 



Nieuws #107
13/01/2017

1.
Voor De Groene Amsterdammer schreef ik over La La Land, te lezen via hun site en Blendle (beiden betaald). 


Eerst klinkt het orkest,
 dan beginnen de dialogen te rijmen. De hoofdpersonen dansen zo achteloos dat het lijkt alsof ze lichter zijn dan lucht. Zo deden Fred Astaire en Ginger Rogers het, in de jaren dertig. Anno 2016, in de musical La La Land, verruilt Emma Stone haar hakken voor dansschoenen voordat zij en Ryan ­Gosling aan hun pas de deux beginnen. Wanneer ze dansen, gaat het een beetje stroef, zoals u en ik het zouden doen. En als ze zingen, klinken ze onvast of buiten adem. In La La Land wordt het alledaagse niet verheven, zoals in de musicals van weleer, maar zijn het gewone en het exceptionele inherent met elkaar verbonden. 





2.
Aanstaande dinsdag, op 17 januari, is een nieuwe aflevering van De Canon van de Boekverfilming, in de Centrale OBA. Ditmaal ga ik met Marja Pruis in gesprek over boek en filmThe Virgin Suicides, voorafgaand aan de vertoning van de film. Theodor Holman en Gawie Geyser zitten ook aan tafel. 





Bericht #39
20/12/2016

Filmjaar 2016

Hieronder mijn Top 10 én het essay dat ik schreef voor het Forum van de Regisseurs (onderdeel van het Nederlands Film Festival) over de (fe)male gaze in een aantal Nederlandse films van het afgelopen jaar.

1. Toni Erdmann (Maren Ade)
2. Elle (Paul Verhoeven)
3. Cemetery of Splendour (Apichatpong Weerasethakul)
4. The Hateful Eight (Quentin Tarantino)
5. The Nice Guys (Shane Black)
6. Zootopia / Zootropolis (Byron Howard & Rich Moore)
7. The Neon Demon (Nicolas Winding Refn)
8. The Event (Sergey Loznitsa)
9. The Wailing (Na Hong-jin)
10. Julieta (Pedro Almodóvar)

Ook: L'avenir, Room, Heart of a Dog, Anomalisa, Arrival, Ma vie de Courgette.

De (fe)male gaze in de Nederlandse film: Hun perspectief wordt jouw perspectief

Een jongen beklimt een berg. Zijn rugzak is zwaar, de berg is steil. Kleine haartjes bedekken het glooiende landschap. De jongen pakt zijn kompas en navigeert. Het landschap ademt. Hij kijkt in een navel, begint te hakken in een bos schaamhaar. Het landschap richt zich op en kijkt verveeld op hem neer. Het landschap is een mooie jonge vrouw. Ze heft haar hand en slaat de jongen plat.
     De blote reuzin wordt in de eerste tien minuten van Beyond Sleep (Boudewijn Koole, 2016) opgevoerd. Onhandige Alfred is net in Noorwegen aangekomen wanneer zij in zijn droom verschijnt. Maar wat betekent de droom? Dat Alfred in over his head is, dat zijn onderzoek in een onherbergzaam en onverbiddelijk gebied even eng is als de eerste keer seks? Voordat hij ging slapen, had Alfred het nog over zijn moeder. Moet de imposante vrouw háár voorstellen?
     Moeder, droomvrouw, meisje in de bus op wie Alfred indruk wil maken: meer vrouwen zitten er niet in Beyond Sleep. De film, kun je beargumenteren, gáát ook over zaken die veelal gezien worden als typisch mannelijk. Over bewijsdrang. Over vaders en zonen. Over risico’s nemen en falen. Ik doe een klein gedachtenexperiment. Wat als Koole écht was afgeweken van zijn bronmateriaal – Beyond Sleep is de verfilming van W.F. Hermans’ ‘Nooit meer slapen’ – en de hoofdpersonen in vrouwen had veranderd? Wat was het verfrissend geweest wanneer een vrouwelijke Alfred stereotypisch mannengedrag had vertoond. De ambitieuze vrouwelijke academicus bestaat, ik ken haar. Maar in deze film ligt zij een knap landschap te zijn; bestaat zij enkel in relatie tot de mannelijke hoofdpersoon.

Een heteroseksuele man kijkt naar een vrouw. Hij passeert haar bijvoorbeeld op straat, waar zijn aandacht wordt getrokken door haar blote benen. Zijn blik is er een van begeerte, een blik die haar tot lustobject maakt. Alles wat zij is, wordt teruggebracht tot één ding: seks. Alles wat er tussen hen zou kunnen bestaan, wordt teruggebracht tot één ding: seks. Zijn blik op haar is, kort gezegd, plat – en maakt daarmee ook haar eendimensionaal. Kan de vrouw “als de man” kijken? Maakt haar blik hem tot een object? Ziet zij in hem – ontbloot bovenlijf, sterke bovenarmen, getrainde kuiten, gespierde billen – louter seks?
     In 1975 muntte filmcriticus Laura Mulvey de term “male gaze”. De male gaze is feitelijk niet anders dan de blik van een man op de blote benen van een passerende vrouw. Met dit verschil: de male gaze wordt gericht door de lens van een camera. De male gaze is de blik van de cameraman, die het lijf van de actrice in beeld brengt. De male gaze is de blik van de scenarist, die haar personage een minimum aan tekst (en persoonlijkheid) toebedeelt. De male gaze is de blik van haar love interest, die haar enkel seksuele aandacht schenkt. De male gaze is ook jóuw blik, wanneer je de film kijkt en de wereld voor even door hún ogen beziet. Hun perspectief wordt jóuw perspectief. Hun blik op haar blote benen wordt jóuw blik op haar blote benen. Het is een blik die haar reduceert tot het antwoord op een vraag: Wil ik wel of geen seks met haar?

Marianne wil begeerd worden. Onder het juk van haar vader voelde ze zich een jeugd lang minderwaardig. Maar nu ze volwassen is, en aantrekkelijk, vindt ze eigenwaarde in de blikken op haar lichaam. Ze wordt model: hoe meer er kijken, hoe beter. Ze wordt zwanger, ze wordt moeder. De vrijheid die ze in haar carrière vond, wordt aan banden gelegd. En er is nog iets. Het moederschap maakt haar onzeker. Vond ze het moeilijk om zich aan haar kinderen te binden? Waar was ze bang voor? Met A Family Affair (2015) maakte filmmaker Tom Fassaert een documentaire over Marianne, zijn oma. Ze is 95 en woont in Zuid-Afrika. Haar relatie met haar kinderen, en dan vooral met Toms vader, is er een van aantrekken en afstoten. Waar is ze bang voor? Haar relatie met Tom is anders, maar niet minder complex. Ze is verliefd op hem, zegt ze wanneer hij naar Zuid-Afrika is gekomen om haar te filmen.
     Bestaat de female gaze? Is de female gaze duizenden gillende meisjes bij een concert van The Beatles? Is de female gaze een bioscoopzaal vol smachtende vrouwen bij Steven Soderberghs stripperfilm Magic Mike? Kortom: is de female gaze een omkering van de male gaze? Eenzelfde blik die diepte mist, niet gericht dóór maar óp de man. Dat die blik bestaat, is evident. Maar er is ook een andere blik van vrouwelijk verlangen: de geïnternaliseerde male gaze. Zij, opgegroeid met films waarin mannen subject en vrouwen object zijn, bekijkt zichzelf als door een camera. Voelt de mannelijke blik op haar lichaam. Vindt niet hem, maar zichzelf opwindend, bekeken door zijn ogen. Ze wil begeerd worden, want alleen in haar begeerlijkheid schuilt een kracht die geen mannelijke concurrentie kent. Marianne heeft nooit geleerd wat liefde is. De liefde die ze voor haar kleinzoon voelt, verwart ze met een ander gevoel van genegenheid: lust.

Als meisje had ik een vriendinnetje dat op me leek, met hetzelfde lange blonde haar als ik. Maar zij was stoerder, durfde meer, praatte makkelijker dan ik. Ze was anders, en fantastisch hetzelfde. Tegen vreemden zeiden we dat we zusjes waren, een tweeling zelfs. We droegen dezelfde kleren, wilden één en dezelfde zijn. Door ons met de ander te vereenzelvigen, begrepen we wie we zelf waren. Ik probeer te analyseren hoe een vrouw naar een andere vrouw kijkt. Is haar blik vrouwelijk of mannelijk? Misschien is dat een verkeerde vraag. Wat ziet ze als ze die andere vrouw bekijkt? De ander of zichzelf? Of allebei tegelijk?
     Met A Strange Love Affair with Ego (2015) trekt Ester Gould het particuliere verhaal van haar zus naar een breder perspectief. De film heet over narcisme te gaan, de ziekte van onze tijd die zich verspreidt via sociale media. Maar in de kern gaat de film over Ester zelf; over hoe zij zich tot haar zus verhoudt. Rowan, de oudere, weet precies hoe ze aandacht moet genereren. Ester, de jongere, weet helemaal niets, laat staan wie ze is. En dus wil ze Rowan zijn. Rowan vertrekt naar Londen. Aan haar zusje schrijft ze dat de stad van haar is, ze is er gekomen om ‘m in te nemen. Ze gaat naar Los Angeles, haar verhalen worden groter, waanzinniger. Ester wordt sceptischer, er groeit een afstand tussen hen. Met A Strange Love Affair with Ego volgt Ester Rowans route, vertelt ze over haar leven aan de hand van andermans verhalen. Rowans weg zou eindigen in Nederland, met therapie en de neus op de feiten. In haar film duidt Ester haar eigen female gaze: een adorerende blik die van Rowan een idool maakte, in plaats van een mens. 

Ik doe een gedachtenexperiment. Wat als Beyond Sleep door een vrouw was gemaakt? Had zij een blote reuzin opgevoerd om de nietigheid van haar hoofdpersoon invoelbaar te maken? Dit is geen retorische vraag, ik vraag het me oprecht af. Dat films een mannelijke blik kunnen aannemen, en hun publiek daarmee eenzelfde blik opdringen, weten we. Bestaat het omgekeerde? Dwingt de female gaze van de regisseur ons een vrouwelijk perspectief op? Ook dit vraag ik me hardop af. Wat is dat, een vrouwelijk perspectief? Wat is een vrouwelijke film? Een kleine film, een tedere film, over een klein onderwerp? Zo klein als een relatie?
     Out of Love (Paloma Aguilera Valdebenito, 2016) laat zich makkelijk als vrouwenfilm bestempelen. Want: een kleine film, over een klein gegeven. (Man en vrouw ontmoeten elkaar, krijgen een relatie, maken ruzie en maken het uit.) Want: wellicht een autobiografische film, met actrice Naomi Velissariou als stand-in van de regisseur. (Waar mannen kunst maken die over heel de wereld gaat, wil het cliché dat vrouwen kunst maken die over henzelf gaat.) Want: een film waarin een relatie vanuit vrouwelijk perspectief wordt bekeken. (De film begint en eindigt met de vrouwelijke hoofdpersoon.)
     Zij heeft verlatingsangst, hij kan zich niet beheersen. Zij is onredelijk, hij drinkt te veel. Zij is gemeen, hij is gewelddadig. De slechte eigenschappen die Varya en Nicolai in elkaar naar boven halen, de gebreken waarmee ze hun relatie keer op keer onderuit halen, zijn stereotypisch voor hun sekse. Kort door de bocht: zij heeft alle karaktertrekken van een bitch, hij die van een klootzak. Dat ze dat niet worden, geen genderclichés en geen bad guys, komt doordat Aguilera Valdebenito haar hoofdpersonages met alle mogelijke tinten inkleurt. En áls ze al nare mensen zijn, dan zijn ze allebéi naar. Dit is geen film over de verliefdheid, of de rancune, van een vrouw, geen film over haar positie ten opzichte van een man, geen film over man versus vrouw, of zelfs maar over man én vrouw. Met al zijn schakeringen en nuances, met de psychologische diepte die Aguilera Valdebenito haar personages gaf, is Out of Love een film over twee mensen. Geen film vanuit mannelijk, vrouwelijke of anderszins vernauwend perspectief, maar bekeken met een blik die vrij is van subjectiviteit of vooroordeel. Dat de film gemaakt is door een vrouw, doet niet ter zake.

Lees hier de gehele publicatie van het Forum van de Regisseurs



Oudere berichten