blog
Nieuws #107
13/01/2017

1.
Voor De Groene Amsterdammer schreef ik over La La Land, te lezen via hun site en Blendle (beiden betaald). 


Eerst klinkt het orkest,
 dan beginnen de dialogen te rijmen. De hoofdpersonen dansen zo achteloos dat het lijkt alsof ze lichter zijn dan lucht. Zo deden Fred Astaire en Ginger Rogers het, in de jaren dertig. Anno 2016, in de musical La La Land, verruilt Emma Stone haar hakken voor dansschoenen voordat zij en Ryan ­Gosling aan hun pas de deux beginnen. Wanneer ze dansen, gaat het een beetje stroef, zoals u en ik het zouden doen. En als ze zingen, klinken ze onvast of buiten adem. In La La Land wordt het alledaagse niet verheven, zoals in de musicals van weleer, maar zijn het gewone en het exceptionele inherent met elkaar verbonden. 





2.
Aanstaande dinsdag, op 17 januari, is een nieuwe aflevering van De Canon van de Boekverfilming, in de Centrale OBA. Ditmaal ga ik met Marja Pruis in gesprek over boek en filmThe Virgin Suicides, voorafgaand aan de vertoning van de film. Theodor Holman en Gawie Geyser zitten ook aan tafel. 





Bericht #39
20/12/2016

Filmjaar 2016

Hieronder mijn Top 10 én het essay dat ik schreef voor het Forum van de Regisseurs (onderdeel van het Nederlands Film Festival) over de (fe)male gaze in een aantal Nederlandse films van het afgelopen jaar.

1. Toni Erdmann (Maren Ade)
2. Elle (Paul Verhoeven)
3. Cemetery of Splendour (Apichatpong Weerasethakul)
4. The Hateful Eight (Quentin Tarantino)
5. The Nice Guys (Shane Black)
6. Zootopia / Zootropolis (Byron Howard & Rich Moore)
7. The Neon Demon (Nicolas Winding Refn)
8. The Event (Sergey Loznitsa)
9. The Wailing (Na Hong-jin)
10. Julieta (Pedro Almodóvar)

Ook: L'avenir, Room, Heart of a Dog, Anomalisa, Arrival, Ma vie de Courgette.

De (fe)male gaze in de Nederlandse film: Hun perspectief wordt jouw perspectief

Een jongen beklimt een berg. Zijn rugzak is zwaar, de berg is steil. Kleine haartjes bedekken het glooiende landschap. De jongen pakt zijn kompas en navigeert. Het landschap ademt. Hij kijkt in een navel, begint te hakken in een bos schaamhaar. Het landschap richt zich op en kijkt verveeld op hem neer. Het landschap is een mooie jonge vrouw. Ze heft haar hand en slaat de jongen plat.
     De blote reuzin wordt in de eerste tien minuten van Beyond Sleep (Boudewijn Koole, 2016) opgevoerd. Onhandige Alfred is net in Noorwegen aangekomen wanneer zij in zijn droom verschijnt. Maar wat betekent de droom? Dat Alfred in over his head is, dat zijn onderzoek in een onherbergzaam en onverbiddelijk gebied even eng is als de eerste keer seks? Voordat hij ging slapen, had Alfred het nog over zijn moeder. Moet de imposante vrouw háár voorstellen?
     Moeder, droomvrouw, meisje in de bus op wie Alfred indruk wil maken: meer vrouwen zitten er niet in Beyond Sleep. De film, kun je beargumenteren, gáát ook over zaken die veelal gezien worden als typisch mannelijk. Over bewijsdrang. Over vaders en zonen. Over risico’s nemen en falen. Ik doe een klein gedachtenexperiment. Wat als Koole écht was afgeweken van zijn bronmateriaal – Beyond Sleep is de verfilming van W.F. Hermans’ ‘Nooit meer slapen’ – en de hoofdpersonen in vrouwen had veranderd? Wat was het verfrissend geweest wanneer een vrouwelijke Alfred stereotypisch mannengedrag had vertoond. De ambitieuze vrouwelijke academicus bestaat, ik ken haar. Maar in deze film ligt zij een knap landschap te zijn; bestaat zij enkel in relatie tot de mannelijke hoofdpersoon.

Een heteroseksuele man kijkt naar een vrouw. Hij passeert haar bijvoorbeeld op straat, waar zijn aandacht wordt getrokken door haar blote benen. Zijn blik is er een van begeerte, een blik die haar tot lustobject maakt. Alles wat zij is, wordt teruggebracht tot één ding: seks. Alles wat er tussen hen zou kunnen bestaan, wordt teruggebracht tot één ding: seks. Zijn blik op haar is, kort gezegd, plat – en maakt daarmee ook haar eendimensionaal. Kan de vrouw “als de man” kijken? Maakt haar blik hem tot een object? Ziet zij in hem – ontbloot bovenlijf, sterke bovenarmen, getrainde kuiten, gespierde billen – louter seks?
     In 1975 muntte filmcriticus Laura Mulvey de term “male gaze”. De male gaze is feitelijk niet anders dan de blik van een man op de blote benen van een passerende vrouw. Met dit verschil: de male gaze wordt gericht door de lens van een camera. De male gaze is de blik van de cameraman, die het lijf van de actrice in beeld brengt. De male gaze is de blik van de scenarist, die haar personage een minimum aan tekst (en persoonlijkheid) toebedeelt. De male gaze is de blik van haar love interest, die haar enkel seksuele aandacht schenkt. De male gaze is ook jóuw blik, wanneer je de film kijkt en de wereld voor even door hún ogen beziet. Hun perspectief wordt jóuw perspectief. Hun blik op haar blote benen wordt jóuw blik op haar blote benen. Het is een blik die haar reduceert tot het antwoord op een vraag: Wil ik wel of geen seks met haar?

Marianne wil begeerd worden. Onder het juk van haar vader voelde ze zich een jeugd lang minderwaardig. Maar nu ze volwassen is, en aantrekkelijk, vindt ze eigenwaarde in de blikken op haar lichaam. Ze wordt model: hoe meer er kijken, hoe beter. Ze wordt zwanger, ze wordt moeder. De vrijheid die ze in haar carrière vond, wordt aan banden gelegd. En er is nog iets. Het moederschap maakt haar onzeker. Vond ze het moeilijk om zich aan haar kinderen te binden? Waar was ze bang voor? Met A Family Affair (2015) maakte filmmaker Tom Fassaert een documentaire over Marianne, zijn oma. Ze is 95 en woont in Zuid-Afrika. Haar relatie met haar kinderen, en dan vooral met Toms vader, is er een van aantrekken en afstoten. Waar is ze bang voor? Haar relatie met Tom is anders, maar niet minder complex. Ze is verliefd op hem, zegt ze wanneer hij naar Zuid-Afrika is gekomen om haar te filmen.
     Bestaat de female gaze? Is de female gaze duizenden gillende meisjes bij een concert van The Beatles? Is de female gaze een bioscoopzaal vol smachtende vrouwen bij Steven Soderberghs stripperfilm Magic Mike? Kortom: is de female gaze een omkering van de male gaze? Eenzelfde blik die diepte mist, niet gericht dóór maar óp de man. Dat die blik bestaat, is evident. Maar er is ook een andere blik van vrouwelijk verlangen: de geïnternaliseerde male gaze. Zij, opgegroeid met films waarin mannen subject en vrouwen object zijn, bekijkt zichzelf als door een camera. Voelt de mannelijke blik op haar lichaam. Vindt niet hem, maar zichzelf opwindend, bekeken door zijn ogen. Ze wil begeerd worden, want alleen in haar begeerlijkheid schuilt een kracht die geen mannelijke concurrentie kent. Marianne heeft nooit geleerd wat liefde is. De liefde die ze voor haar kleinzoon voelt, verwart ze met een ander gevoel van genegenheid: lust.

Als meisje had ik een vriendinnetje dat op me leek, met hetzelfde lange blonde haar als ik. Maar zij was stoerder, durfde meer, praatte makkelijker dan ik. Ze was anders, en fantastisch hetzelfde. Tegen vreemden zeiden we dat we zusjes waren, een tweeling zelfs. We droegen dezelfde kleren, wilden één en dezelfde zijn. Door ons met de ander te vereenzelvigen, begrepen we wie we zelf waren. Ik probeer te analyseren hoe een vrouw naar een andere vrouw kijkt. Is haar blik vrouwelijk of mannelijk? Misschien is dat een verkeerde vraag. Wat ziet ze als ze die andere vrouw bekijkt? De ander of zichzelf? Of allebei tegelijk?
     Met A Strange Love Affair with Ego (2015) trekt Ester Gould het particuliere verhaal van haar zus naar een breder perspectief. De film heet over narcisme te gaan, de ziekte van onze tijd die zich verspreidt via sociale media. Maar in de kern gaat de film over Ester zelf; over hoe zij zich tot haar zus verhoudt. Rowan, de oudere, weet precies hoe ze aandacht moet genereren. Ester, de jongere, weet helemaal niets, laat staan wie ze is. En dus wil ze Rowan zijn. Rowan vertrekt naar Londen. Aan haar zusje schrijft ze dat de stad van haar is, ze is er gekomen om ‘m in te nemen. Ze gaat naar Los Angeles, haar verhalen worden groter, waanzinniger. Ester wordt sceptischer, er groeit een afstand tussen hen. Met A Strange Love Affair with Ego volgt Ester Rowans route, vertelt ze over haar leven aan de hand van andermans verhalen. Rowans weg zou eindigen in Nederland, met therapie en de neus op de feiten. In haar film duidt Ester haar eigen female gaze: een adorerende blik die van Rowan een idool maakte, in plaats van een mens. 

Ik doe een gedachtenexperiment. Wat als Beyond Sleep door een vrouw was gemaakt? Had zij een blote reuzin opgevoerd om de nietigheid van haar hoofdpersoon invoelbaar te maken? Dit is geen retorische vraag, ik vraag het me oprecht af. Dat films een mannelijke blik kunnen aannemen, en hun publiek daarmee eenzelfde blik opdringen, weten we. Bestaat het omgekeerde? Dwingt de female gaze van de regisseur ons een vrouwelijk perspectief op? Ook dit vraag ik me hardop af. Wat is dat, een vrouwelijk perspectief? Wat is een vrouwelijke film? Een kleine film, een tedere film, over een klein onderwerp? Zo klein als een relatie?
     Out of Love (Paloma Aguilera Valdebenito, 2016) laat zich makkelijk als vrouwenfilm bestempelen. Want: een kleine film, over een klein gegeven. (Man en vrouw ontmoeten elkaar, krijgen een relatie, maken ruzie en maken het uit.) Want: wellicht een autobiografische film, met actrice Naomi Velissariou als stand-in van de regisseur. (Waar mannen kunst maken die over heel de wereld gaat, wil het cliché dat vrouwen kunst maken die over henzelf gaat.) Want: een film waarin een relatie vanuit vrouwelijk perspectief wordt bekeken. (De film begint en eindigt met de vrouwelijke hoofdpersoon.)
     Zij heeft verlatingsangst, hij kan zich niet beheersen. Zij is onredelijk, hij drinkt te veel. Zij is gemeen, hij is gewelddadig. De slechte eigenschappen die Varya en Nicolai in elkaar naar boven halen, de gebreken waarmee ze hun relatie keer op keer onderuit halen, zijn stereotypisch voor hun sekse. Kort door de bocht: zij heeft alle karaktertrekken van een bitch, hij die van een klootzak. Dat ze dat niet worden, geen genderclichés en geen bad guys, komt doordat Aguilera Valdebenito haar hoofdpersonages met alle mogelijke tinten inkleurt. En áls ze al nare mensen zijn, dan zijn ze allebéi naar. Dit is geen film over de verliefdheid, of de rancune, van een vrouw, geen film over haar positie ten opzichte van een man, geen film over man versus vrouw, of zelfs maar over man én vrouw. Met al zijn schakeringen en nuances, met de psychologische diepte die Aguilera Valdebenito haar personages gaf, is Out of Love een film over twee mensen. Geen film vanuit mannelijk, vrouwelijke of anderszins vernauwend perspectief, maar bekeken met een blik die vrij is van subjectiviteit of vooroordeel. Dat de film gemaakt is door een vrouw, doet niet ter zake.

Lees hier de gehele publicatie van het Forum van de Regisseurs



Nieuws #106
23/11/2016

14 t/m 18 november zat ik in De Torenkamer van VondelCS. Te schrijven, aan een nieuwe roman. Voor Opium hield ik verslag bij.

#1
Wat is het uitzicht vanuit De Torenkamer sensationeel: bruine, gele en groene bladeren, eenden in de vijver, honden aan de oever, dik ingepakte Amsterdammers op de fiets of onder paraplu’s; een laag mist hangt er overheen als een Instagram-filter. De komende week is dit mijn uitzicht, terwijl ik schrijf aan een nieuw boek; het beginnetje van een nieuwe roman. Of nou ja, beginnetje: ik heb beloofd dat ik het hele eerste deel af ga maken. Het is lastig in te schatten hoe realistisch dat voornemen is: je weet tenslotte niet waar je tegenaan loopt tijdens het schrijven. Hele romans verdwijnen in digitale prullenbakken wanneer een vooropgezet plan toch niet blijkt te werken.

Terwijl ik dit schrijf, begint de schemer in te vallen. Op de voorgrond bestaat mijn uitzicht uit een papieren koffiebekertje, een glas water, boeken, nog meer boeken, een notitieboekje, een pen. Mijn laptop natuurlijk, waarop ik dit tik. Het notitieboekje gebruik ik om tekeningen te maken: de route die een personage wandelt, minimalistische schetsen van de personages. Zo krijg ik iets meer grip op de wereld die ik beschrijf. De boeken die ik heb meegenomen gaan vooral over film: twee naslagwerken, een boek over scenarioschrijven en op mijn iPad het script van The Breakfast Club. Maar ik heb ook een roman mee, De mindere goden van Eimear McBride, en een dichtbundel van E. E. Cummings. Het luistert heel nauw, wat je kunt lezen terwijl je zelf aan het schrijven bent. Het moet niet te veel lijken op wat je zelf aan het doen bent, heb ik gemerkt. Het juiste boek voegt iets toe aan je eigen werk, het verkeerde boek werkt tegen je.

Het wordt echt donker nu. Achter het beeldscherm van mijn computer doemt mijn eigen gestalte op, weerspiegeld in het raam. In de donkerte van mijn gezicht zijn de bladeren van de bomen te ontwaren, soms een jogger, een voorbijganger in een rode jas. De buitenwereld en ik komen zo samen in één beeld. Ik moet mijn best doen er niet een metafoor in te zien.

#2
Gisteravond zat ik nog tot laat te schrijven. De stilte buiten, niet alleen in het park maar in heel het pand, maakte me rustig. Ik dacht dat mijn focus het scherpst was in de ochtenden, maar nu weet ik weer hoe fijn het kan zijn om ’s avonds laat te schrijven. Ik tikte er zo een hele pagina uit. Niet slecht, kon ik vanochtend concluderen. Toch backspacete ik de laatste 100+ woorden.

Ik werk zo: ik ken mijn personages, ik weet welke kant het verhaal op gaat, ik weet wat ik wil vertellen en ik heb al een paar scènes of momenten in mijn hoofd. Verder doen mijn vingers het werk: het gebeurt allemaal terwijl ik tik. Maar dan is het wel zaak om terug te lezen, om constant terug te lezen, en om te schrappen wanneer je merkt dat het verhaal een kant op gaat die niet logisch is, die nergens heengaat. Een omweg. Een verkeerde route. Een doodlopende straat. En zo nog wat metaforen. Intussen moet je ook nog je personages op de rails houden. Klopt dit wel? vraag ik mezelf continu af. Zou hij dit zeggen? Zou hij dit doen? En wanneer mijn personage iets onverwachts doet, moet ik dan mijn ideeën over hem bijstellen?

Vandaag stel ik mezelf vooral vragen; het schrijven wil niet erg. Ik lees terug, ik herschrijf, ik backspace. Intussen lees ik ook een filmscenario, bij wijze van research. Daar vermaak ik me op het moment het meest mee, meer dan met het schrijven zelf. Buiten regent het, ik ben blij dat ik binnen zit. Juist op de momenten dat ik op dreef ben, op de momenten dat de woorden makkelijker lijken te komen en het verhaal zich op natuurlijke wijze ontrolt, laat ik me afleiden. Door dit blog bijvoorbeeld. Waarom is dat? 

#3
In mijn notitieboekje zitten al mijn personages aan tafel. Het is zomer en ze zitten in de tuin. Tenminste, op de tekening is dat niet te zien, maar het is de situatie die ik in hoofdstuk 6 en 7 van mijn nog te voltooien roman beschrijf. Tijdens het tikken kijk ik zo nu en dan in mijn notitieboekje, om te zien wie waar zit. O ja, Rens zit schuin tegenover Johanna. Bibi zit naast hem. Ik heb ontdekt dat zij graag haar schoenen uittrekt en haar benen optrekt. Zo leer je al schrijvende je personages kennen.

Ik fiets Amsterdam door, nat en herfstig Amsterdam, om buiten de deur te eten. Hett helpt; de wind, en het rumoer om me heen. De personages lijken nog te veel op elkaar, peins ik tijdens het fietsen. Hoe maak ik ze specifieker, hoe maak ik het onderscheid scherper? Of, een radicale gedachte, zal ik er een of twee schrappen? Heb ik zoveel personages wel nodig? Maar ik wil niet schrappen. Ik ben gesteld op ze geraakt, nu al.

Tijdens de lunch lees ik. De poëtische taal van Eimear McBride werkt soms geweldig, dan weer helemaal niet. Maar nu, in deze specifieke scène, trekt ze me volledig in het verhaal. Op de momenten dat ik me uit het boek weet los te maken, kijk ik op, en denk aan mijn eigen verhaal. Een man loopt langs, hij heeft brede heupen. Ik denk aan een van mijn personages: kan hij niet ook brede heupen hebben? Ik maakte er een notitie van in mijn telefoon.

Op de terugweg vind ik een boomblad, groter dan mijn hoofd en aan de onderkant zo zacht als wol. Ik neem de herfst mee De Torenkamer in. 

#4
Vandaag kwam ik druipend van de regen De Torenkamer binnen. Ik keek naar buiten: inmiddels was het droog. Ik zat precies in de bui, zal je altijd zien. Nu, aan het einde van de dag, is het al te verleidelijk om de regen de schuld te geven. Ik ben vandaag, schat ik, zo’n 500 woorden verder gekomen. Weinig, vind ik. Veel, vindt Zadie Smith. In een gesprek tussen haar en collega-schrijver Jeffrey Eugenides, waarvan een filmpje circuleert op het internet, vertelt ze dat als ze 800 woorden schrijft, ze felicitaties verwacht. 500 is voor haar de standaard.

Ik denk veel aan andere schrijvers wanneer ik zelf aan het schrijven ben. De een vertelt dat hij op de bank schrijft. De ander zit met een laptop in bed. Iemand heeft de televisie op de achtergrond aanstaan. Ik probeer het vak niet te romantiseren, maar ontkom er bijna niet aan. Ik lééf zo ongeveer op mijn bank, maar hij is te min om een boek op te schrijven. Ik ben groot fan van achtergrondtelevisie (Studio Sport is favoriet), maar die staat uit wanneer ik schrijf. Hier in De Torenkamer zijn de omstandigheden ideaal, want zonder opsmuk: een tafel, een stoel, een kachel (goddank!), het uitzicht natuurlijk. Dat is zelfs nu mooi, in het donker, wanneer ik niet meer zie dan de lichten die worden weerspiegeld in de druppels op het raam.

In mijn reguliere werkbestaan, waarin ik schrijfklussen en opdrachten met mijn eigen werk combineer, komt het aan op uren sprokkelen: vroeg in de ochtend, laat op de avond, soms de luxe van een hele dag. Hier in De Torenkamer strekken de schijnbaar eindeloze dagen zich voor me uit. Soms weet ik de uren makkelijk om te zetten in een snel oplopend woordenaantal. Op andere momenten laat ik me al te makkelijk afleiden. Door de regen op het raam. Door het drogen van mijn voeten bij de kleine elektrische kachel. Door een filmpje van Zadie Smith.

#5
Laatste dag in De Torenkamer. Als er een ideaal moment is om terug te kijken op de afgelopen week, dan is dit het. Maar het lukt niet. In mijn geheugen kleven de dagen aan elkaar en verworden tot een brei van gele bladeren en herfstbuien, het scrollen door een tekst die almaar langer wordt. Liever klamp ik me vast aan harde feiten, onverbiddelijke cijfers.

Mijn tekstbestand telt momenteel 9.425 woorden. Ik ben halverwege hoofdstuk negen. Ik heb mijn doel (het afronden van het eerste deel) niet gehaald; ik had het ook niet echt verwacht. Toch ben ik verder gekomen dan ik bij aanvang dacht: ruim over de helft. Mijn personages zijn gesetteld. Hebben hun koffers uitgepakt. Ik pak mijn koffers juist weer in. Mijn boeken, die grotendeels ongelezen bleven, gebruik ik om het boomblad dat ik uit het park meenam, heel te houden. Het is inmiddels gedroogd, en gedeeltelijk verbrokkeld.

Vandaag was ik in de hotelkamer van mijn hoofdpersoon, ik liep er samen met haar rond. Ze vond een brief zonder afzender: een gedicht dat ik had geschreven. Ik vraag me af hoe het zal zijn om hier, over een maand misschien, wanneer het nog kouder en donkerder is, langs te fietsen. Waar is mijn hoofdpersoon dan? Herinner ik me, wanneer ik de toren zie, de hotelkamer waar mijn hoofdpersoon verbleef? Herinner ik me een verbrokkeld boomblad? Ook dan maakt mijn geheugen een brei van deze vijf dagen. Kent geen onderscheid tussen dat wat ik beleefde, en dat wat ik schreef.

Hier meer



Nieuws #105
02/11/2016

Bermuda heeft nu ook een "the movie", gemaakt met Bart Voorbergen. Bekijk 'm op YouTube



Nieuws #104
13/09/2016

Zo ziet mijn agenda er de komende tijd uit:

Op 22 september is de eerste editie van De Canon van de Boekverfilming, een samenwerking van OBA Live en De Groene Amsterdammer. Dan gaan Gawie Keyser en ik onder leiding van Theodor Holman in gesprek over boek en film The Silence of the Lambs, waarna de film wordt vertoond. (De tweede editie vindt overigens plaats op 11 oktober. Dan ga ik in gesprek met Marja Pruis.)

Tussen 21 t/m 30 september vindt het Nederlands Film Festival plaats. Ik zit dit jaar in de KNF-jury, die tijdens het Gouden Kalveren Gala een eigen prijs uitreikt. Daarnaast staat er een essay van mij in de uitgave van het Forum van de Regisseurs en zullen we tijdens het festival de nieuwe aflevering van de Schokkend Nieuws Podcast opnemen.

Op 27 oktober ben ik te gast bij Linnaeus Live, een samenwerking van OBA Linnaeus, Schrijvers uit Oost en de Linnaeus Boekhandel. 

In het weekend van 4 + 5 november sta ik op Crossing Border. Op vrijdagavond draai ik plaatjes tijdens het jubileumfeest van Privé-domein en op zaterdag lees ik voor uit Bermuda.

 



Nieuws #103
20/08/2016



Bermuda werd de afgelopen maanden nog gerecenseerd in Opzij, LINDA. en De Limburger.

Daarnaast werd ik geïnterviewd door Jan van Tienen, voor de afdeling Broadly van VICE. Onder meer over Marja Pruis. Lees het hier.

- - - - - - - -

'Dromerig, maar helemaal-van-nu-debuut'
'Sprankelend'
'Een debuut dat staat, op een aangenaam gek soort manier.'
- Opzij 

'Lief en cool'
'Girls maar dan in Amsterdam'
- LINDA. 

* * *
'Veelbelovend debuut'
'Bermuda mag dan gaan over verdwijnen, de schrijfster zal dat zeker niet.'
- De Limburger

Foto hierboven: met Marja Pruis, door Jan Postma 



Nieuws #102
17/06/2016

Joost de Vries, deze week in De Groene Amsterdammer:

'Bermuda is een lekker origineel narrig boek, speels en helder geschreven, waarbij Boer de lezer heel losjes meetrekt de associatieve gedachtewereld van Meis in.'

'Bermuda eindigt met een lieve, verstilde epiloog. [-] Ik verklap niets, het is ambigu. Je kunt als lezer zelf bepalen hoe je het interpreteert.'



Lees de complete recensie op Blendle
Meer over Bermuda



Nieuws #101
14/06/2016

Bermuda werd tot nu toe tweemaal gerecenseerd, in Trouw (Elke Geurts, 28 mei) en de Volkskrant (Daniëlle Serdijn, 11 juni).



Trouw:
'Betoverende debuutroman'
'Als lezer ga je mee in de wereld die Basje Boer je voorschrijft. Dat is een grote verdienste van de schrijfster.'
'Haar stijl is visueel, fantasierijk, grappig en volkomen eigen.'
'Je wilt graag doorlezen omdat je je afvraagt waarheen de zoektocht van Meis in hemelsnaam leidt. Ook niet onbelangrijk.'



Volkskrant:
* * * *
'Met verve verbeeldt Boer de zoektocht naar een volwassen personaliteit.' 
'Thematisch is Bermuda een compact verhaal.'
'Het laat zich lezen als een eigentijdse geschiedenis door de losse compositie en hipsterschrijfstijl.'

Lees de gehele recensie uit de Volkskrant hier terug. 



Bericht #38
10/06/2016

Over Bermuda

 

Bermuda opent met twee motto’s. Het eerste is afkomstig uit Big (Penny Marshall, 1988). Het luidt: ‘It’s a glow-in-the-dark-ring. So you don’t get lost.’ Ook het tweede motto is een quote uit een film, Alfred Hitchcocks Vertigo (1958): ‘Here I was born and there I died. It was only a moment for you, you took no notice.’ 

In Big ondergaat het hoofdpersonage een bovennatuurlijke transformatie: de twaalfjarige Josh krijgt het lichaam van een volwassen man. Natuurlijk is hij niet echt volwassen; hij is nog steeds een twaalfjarige, een feit dat hij amper weet te verbloemen. De zin over de “glow-in-the-dark-ring” spreekt hij uit tegen zijn love interest. De vrouw blijft bij hem slapen, onderin het stapelbed, en als dank geeft hij haar zijn ring. Zijn opmerking is vrij van ironie (stel dat je verdwaald raakt in een bos, denkt de twaalfjarige, dan is het superhandig als je een lampje bij je hebt), zij interpreteert hem romantisch (hij is de stabiele factor die haar door het donkere bos van het leven leidt, zoiets). Maar feit blijft: hij is niet de man die hij zegt te zijn.

Ook Judy speelt een toneelstukje. De plot van Vertigo – een film waar je het niet over kunt hebben zonder ‘m te spoilen – draait om een moordintrige. Judy doet zich voor als Madeleine, die op haar beurt bezeten is door ene Carlotta Valdes, die jaren geleden zelfmoord pleegde. Judy speelt haar rol met verve: als Madeleine/Carlotta is ze mysterieus, afstandelijk, kwetsbaar. Geen wonder dat Scottie verliefd wordt. Ze wijst naar de ringen van een boom. ‘Hier,’ ze doelt daarmee op een jaartal, ‘werd ik geboren. En daar,’ ze wijst naar een ander jaar, ‘ging ik dood.’ Dat hij het niet opmerkte, zegt ze. In het licht van de eeuwigheid zijn onze levens niet meer dan een moment.

Josh en Judy doen zich als iemand anders voor. En hun teksten hebben nog iets anders gemeen: beide zijn onderdeel van een dialoog, en verwijzen naar een "you". Josh en Judy praten tegen iemand, ze spreken diegene direct aan. Ze voeren een toneelstuk op; de "you" tegen wie ze spreken, is hun publiek. Meer nog dan over uitvinden wie je bent, gaat Bermuda over uitvinden wie je bent in de ogen van de ander.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Bermuda is nu in de boekwinkel te koop. Lees meer over mijn thema's, terzijdes en inspiratiebronnen op de pagina basjeboer.nl/bermuda.



Nieuws #100
17/05/2016

Bermuda is er! Daarover het volgende.

1. Je koopt Bermuda bijvoorbeeld hier, of hier.

2. Je kunt ook een voorpublicatie lezen, namelijk hier

3. Ik heb al mijn referenties, thema's en inspiratiebronnen verzameld op de pagina basjeboer.nl/bermuda. Met plaatjes! En video's!

4. Ik vertelde over Bermuda, en andere dingen, bij radioprogramma Nooit meer slapen, in de rubriek Open kaart. Luister het gesprek hier terug.

5. De auteursfoto op de achterflap is van Nick Helderman

 



Oudere berichten