blog
Bericht #47
24/12/2019

Mijn favoriete films van 2019, een top 11:

1. Marriage Story (Noah Baumbach)
2. Portrait de la jeune fille en feu (Céline Sciamma)
3. Eighth Grade (Bo Burnham)
4. Once Upon a Time… in Hollywood (Quentin Tarantino)
5. Ash Is Purest White (Jia Zhangke)
6. Diego Maradona (Asif Kapadia)
7. Hustlers (Lorene Scafaria)
8. The Wild Pear Tree (Nuri Bilge Ceylan)
9. Parasite (Bong Joon-ho)
10. Nina Wu (Midi Z)
11. Sorry We Missed You (Ken Loach)

+ The Souvenir (Joanna Hogg)
+ Wild Nights with Emily (Madeleine Olnek)
(beiden waren in Nederlands alleen op festivals te zien)

+ Fleabag seizoen 2 (Phoebe Waller-Bridge)
+ Pen15 seizoen 1 (Maya Erskine / Anna Konkle / Sam Zvibleman)


















  1. Marriage Story (Noah Baumbach)
  2. Portrait de la jeune fille en feu (Céline Sciamma)
  3. Eighth Grade (Bo Burnham)
  4. Once Upon a Time… in Hollywood (Quentin Tarantino)
  5. Ash Is Purest White (Jia Zhangke)
  6. Diego Maradona (Asif Kapadia)
  7. Hustlers (Lorene Scafaria)
  8. The Wild Pear Tree (Nuri Bilge Ceylan)
  9. Parasite (Bong Joon-ho)
  10. Nina Wu (Midi Z)
  11. Sorry We Missed You (Ken Loach)

Nieuws #146
24/12/2019



In het kerstnummer van De Groene Amsterdammer (rond het thema 'Familie & wat we doorgeven') vind je mijn stuk over de serie Succession

Succession is bovendien een zeldzame, en zeer geslaagde, ensemblevertelling. Alle hoofdpersonages krijgen evenveel aandacht, er zit geen echte hoofdrol tussen, en ook de kleinere rollen zijn heel precies gedefinieerd. Het plezier van de serie zit ’m in de manier waarop de verschillende personages zich tot elkaar verhouden, hoe ze tegen elkaar afsteken, op elkaar reageren en met elkaar kibbelen. Het is een plezier dat al begint bij de casting: iedere acteur glijdt in zijn rol als in een comfortabele jas, wat betreft spel maar ook qua uiterlijk: van de naïeve pretty boy-uitstraling van de onder de plak zittende Tom tot de afhangende schouders van geslagen hond Kendall. Logans imposante postuur en logge motoriek doen hem aan een dinosaurus denken en ‘cousin Greg’ (Nicholas Braun), de freeloader die een graantje van het fortuin van zijn oudoom hoopt mee te pikken, valt alleen al vanwege zijn slungelige lengte uit de toon bij de rest.

De personages van Succession zijn zo sterk geschreven, ze passen zo goed bij elkaar, en hun chemie is zo sterk, dat ze een cult-achtig fandom inspireren dat zich specifiek op dat ensemble van typetjes richt. Twitteraars delen enthousiast met welke Roy zij het meest meeleven, onder andere BuzzFeed en Cosmopolitan maakten quizzen die uitwijzen welk personage jij bent, er zijn rankings die hen sorteren van goed naar slecht en HuffPost plaatste een artikel getiteld: ‘How to Dress Like Every Major Character on Succession’. Het blijkt de Spice Girls van de prestigieuze televisieseries, met Kendall als Sad Spice, Logan als Bully Spice en Connor als Stupid Spice. Welke ben jij?

In de nieuwe Filmkrant staat mijn recensie van Bombshell.

Inmiddels is Harvey Weinstein de boeman van de #MeToo-beweging, ook al heeft hij net geschikt voor 25 miljoen dollar. Maar Roger Ailes, destijds de directeur van de conservatieve nieuwszender Fox News, werd al ruim een jaar vóór de filmproducent beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag door verschillende van zijn vrouwelijke werknemers, waaronder news anchors Gretchen Carlson en Megyn Kelly.

Het schandaal staat centraal in Bombshell: Hollywoods eerste #MeToo-film. Maar de combinatie Fox News en #MeToo is meteen ook een ongemakkelijke. De vrouwen die Ailes ontmaskerden werkten tenslotte zelf ook bij een mediabedrijf dat bekendstaat om zijn seksistische uitlatingen en dat heeft meegeholpen om oerseksist Donald Trump in het Witte Huis te krijgen. Het zorgt ervoor dat de hoofdpersonen van Bombshell – naast Carlson (Nicole Kidman) en Kelly (Charlize Theron) ook het fictieve personage Kayla (Margot Robbie) – een complexe rol innemen binnen het #MeToo-discours: niet alleen zijn ze conservatief, ze stellen ook vol overtuiging dat ze niet feministisch zijn – terwijl #MeToo wel degelijk een feministische beweging is.



Nieuws #145
02/12/2019

Voor De Nederlandse Boekengids schreef ik over Drie vrouwen van Lisa Taddeo en, in het verlengde daarvan, over hoe vrouwen liefhebben, over Gentlemen Prefer Blondes van Anita Loos, De wetten van Connie Palmen en I Love Dick van Chris Kraus.

Lees het hier



Nieuws #144
27/11/2019

Vanaf de vluchtstrook: rij(les)verhalen is een bundel met autobiografische verhalen over rijden, en niet rijden, en bijna rijden. Ik schreef over dat laatste.

Verder met bijdragen van Stella Bergsma, Wanda Bommer, Sander Donkers, Jessica Durlacher, Renske de Greef, Laura van der Haar, Maarten ’t Hart, Thomas Heerma van Voss, Bertram Koeleman, Olaf Koens, Rutger Lemm, Tessa de Loo, Nicolien Mizee, Els Quaegebeur, Aafke Romeijn, Kasper van Royen, Roderik Six, Thomas Verbogt en Sylvia Witteman. 

Hier lees je meer, en kun je ook een exemplaar kopen (voor iemand die ook (niet) rijdt). 

Een kort, bewerkt, fragment uit mijn verhaal, Bijrijder:

Ik kan me herinneren dat hij voor de deur van ons huis stond geparkeerd, onze auto, een mintgroene Audi 80. Ik herinner me hoe de auto er van de binnenkant uitzag. Ik herinner me de accessoires die bij de auto hoorden, hoe fascinerend ik die vond: de zeemleren lap, de gele wegenatlas, de gevarendriehoek in de kofferbak.
Wat ik me niet kan herinneren is dat we daadwerkelijk in de auto reden. Ik herinner me ons fietsend, lopend. Ik herinner me de treinen, de trams. Bussen naar familieleden. Ik herinner me de schoolfeesten waarbij alle kinderen met de auto werden gebracht en gehaald, terwijl mijn moeder me met de fiets ophaalde.
Ik herinner me de keer dat ik, later, toen ik oud genoeg was om concerten te bezoeken maar jong genoeg om met de laatste trein thuis te moeten komen, met een vriendin in de Melkweg was. We waren met de fiets naar het station gegaan, met de trein naar Amsterdam, met de tram naar het Leidseplein. Na het concert belde de vriendin haar vader, met de openbare telefoon in het café: of hij ons wilde komen halen. Van een onvoorstelbare luxe vond ik dat. Van een ongemakkelijke en bijna obscene luxe.



Nieuws #143
27/11/2019

Voor de Filmkrant maakte ik het afgelopen jaar de reeks Ladygazing, waarin ik recente vrouwenrollen in een bredere (al dan niet filmhistorische) context plaatste. Dus schreef ik over criminele vrouwen, over de heldinnen uit kostuumdrama's, over het romcomstereotype van de ambitieuze maar stijve carrièrevrouw, over de ongenaakbare schone, over de tragische kunstenaar en over het slachtoffer. 

Lees hier alle zes Ladygazings terug



Nieuws #142
13/11/2019

Voor het themanummer Het geslachtelijke onbehagen van De Gids schreef ik het essay Rollenspel. 

Als kind wilde ik schrijver worden. Of prinses. Of anders kamermeisje in het Krasnapolsky. Wat maakt het prinses-zijn zo aantrekkelijk voor jonge meisjes? De jurk, de aandacht. Het vooruitzicht het stralende middelpunt te zijn, type Assepoester in de Disneyversie. Het beroep van kamermeisje daarentegen is juist dienstbaar. Het is iets wat je alleen doet, iets wat je onzichtbaar maakt.

In het stukje Amsterdam waar we woonden, driehoog op de Oude Hoogstraat, waren het begin jaren tachtig niet de vrijgezellenfeestjes en rolkoffertoeristen die voor overlast zorgden, maar junks, dealers en daklozen. Buitenspelen deed ik bij uitzondering. Mijn wereld was klein en ik maakte hem nog kleiner. Ik klom in de kast. Ik richtte hoekjes in. Ik bouwde hutten voor knuffels en barbies en, later, hutten voor mezelf, midden in de woonkamer. Ik kroop naar het uiterste puntje van mijn slaapzak, de allerkleinste hut.

Maar ik trad ook op. Ik zong, maakte liedjes. Studeerde dansjes in waar complete verjaardagen voor moesten stilvallen. Op foto’s zie ik mezelf lachen, praten. Ben ik altijd aan het lachen, altijd aan het praten. Altijd aan het gebaren naar de mensen om me heen, contact aan het zoeken met wie er ook achter de camera staat. Hoe word je wie je bent? En waarom voelt het alsof de paradox van laten zien en verstoppen, de prinsessenjurk en de slaapzak, niet alleen iets zegt over wie ik als kind was, maar specifiek over wie ik als meisje was?

Lees hier verder



Nieuws #141
31/10/2019

Voor De Groene Amsterdammer schreef ik over filmschurken, en met name over het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke schurken. Naar aanleiding van recente films Joker, Maleficent 2 en Queen of Hearts.

In films gaat de aandacht van oudsher uit naar de mannelijke schurk – naar de maffiabaas, de antiheld, de bankovervaller, de vreemdganger. De morele worsteling van de man wordt uitgediept en gedramatiseerd, terwijl de binnenwereld van een dubieuze vrouw slechts in grove lijnen wordt geschetst. Mannelijke antiheld bij uitstek, Travis Bickle uit Martin Scorsese’s Taxi Driver, die zich afgewezen voelt door de maatschappij, radicaliseert en zich tot geweld keert, maar die nooit de sympathie van de kijker verliest, kent bijvoorbeeld geen vrouwelijke pendant met een soortgelijke culturele impact en iconische status. Denk aan een vrouwelijke schurk en je komt uit bij de femme fatale, het archetype uit de film noir, een genre dat geheel draait om morele kwesties en de verleiding van het slechte pad. Maar waar de mannelijke antiheld van de film noir twijfelt tussen goed en kwaad, daar is de femme fatale per definitie slecht. Zij ís de verleiding die hem het slechte pad op lokt. Ze is de sirene die hem in het onheil stort.

Voor de Filmkrant schreef ik over biopic Judy, zowel in mijn rubriek Ladygazing als in een recensie van de film.

Nina Simone, Amy Winehouse, Maria Callas, Whitney Houston, Nico: sinds een paar jaar worden we overspoeld met documentaires en biopics over iconische zangeressen die, behalve hun vak, maar één ding gemeen hebben: hun tragische levensloop en uiteindelijke ondergang, die de toon van deze films volledig bepalen. Muzikaal gezien hadden deze vrouwen niet méér van elkaar kunnen verschillen, maar privé werden al hun levens getekend door trauma, drugs, geheimen, tirannieke ouders en/of ongezonde liefdesrelaties en depressie en/of andere psychische problemen. In de verbeelding wordt het rauwe randje niet geschuwd. Heroïne, seksueel misbruik, eetstoornissen – alles komt in deze feelbadfilms voorbij. En aan bovenstaand rijtje kan vanaf deze maand Judy toegevoegd worden, over een korte periode aan het einde van het leven van musicalster Judy Garland. Is het een trend? En zo ja, waar komt die dan vandaan?

Lees hier mijn stuk in De Groene
Lees hier mijn Ladygazing over Judy in de Filmkrant
Lees hier mijn recensie van Judy in de Filmkrant
Lees hier eerdere stukken in de rubriek Ladygazing



Nieuws #140
31/10/2019

Afgelopen zomer en de zomer dáárvoor schreef ik een min of meer vrije tekst voor het programmaboekje van festival Down the Rabbit Hole, dat wordt gepubliceerd door Subbacultcha. Na een brief aan Nick Cave schreef ik deze zomer een lofrede op Grace Jones.

The mystery of Grace Jones

Cheekbones and a flattop. Heavy eyeshadow, blush like warpaint. Sunglasses that bounce back every question you might have for the woman behind them. But take the glasses off and the eyes still won’t give you an answer. This woman is all smirks and sneers. She’s all legs and angles. Miss Grace Jones owns everything she lays her eyes on, she turns everything she sets foot on into a stage. She turns complete control into a performance in itself. There must be a motor in there somewhere, and no button to switch it off. Still, she’s no machine. She’s a woman.

Did you ever see the commercial Grace Jones made for Citroën? We were halfway into the eighties when artist, collaborator and former lover Jean-Paul Goude transformed Jones into something that was part car and part animal. Jones, with headlights for eyes, opens a large electronic mouth and spits out the brand-new Citroën CX model that we are tempted into buying. Behind the wheel, it’s Jones again, now in her human form, part composed and part ferocious. (Did I mention that this commercial is called ‘La Beauté Sauvage’?) Here, in a valley somewhere where the earth is red and dry, Jones spins the car around. Clouds of dust follow behind, like a parachute catching wind, and I can’t help but think of Fred Astaire singing ‘Top Hat, White Tie and Tails’: ‘And I hope that you’ll excuse my dust when I step on the gas.’ What a contrast with the beautiful savage Jones: the black and white of the attire Astaire is both wearing and singing about, the black and white of the images themselves, the whiteness of his skin. His “excuse me”, where Jones, in a vision of reds and browns, would never apologize for anything, least of all her ferocity.

There’s this thing where we confuse “emotional” with “sentimental”. “Weepy”, even. There’s this thing where we view emotions as inherently female. There’s this thing where we say “emotional” but we actually mean “sensitive” or “vulnerable”, as if aggressiveness and violence, which we associate with men, aren’t highly emotional. Watching this funny little car commercial, you would not register Grace Jones as being emotional. Watching her scream at the camera, a glint of humor in her heavily made up eyes and in her purple lipstick grin, you fail to find the right words to describe her. She’s not precisely angry. She’s not savage, as the title of the commercial would have you think. Is she passionate? Yes, but I wouldn’t use a word that’s tainted by romance novels. Is she driven? Yes, but calling her that when she’s actually in a car would be a little too much on the nose. (Insert smiley face.) Is she sensitive? Sentimental? Stereotypically female? She is not. But she dares us to reexamine all of those words. If we can’t fit her into language, we’ll just have to make up some new words.

I keep putting the pieces of Grace Jones' persona together, finding clues in her stage performances, her modeling days, Studio 54 in the “decade of decadence”, the hot island of Jamaica, the domineering man that cast a shadow over her childhood. I find clues in her music, in which the beat is like a pulse; the lifeforce that keeps it going. I find clues in her movies, in which she, without fail, plays the part of the villain; a part that she, all laser eyes and aggression, so evidently enjoys sinking her teeth into. (How many men have confessed to me that they are thoroughly afraid of her?) I find clues in that perfect little documentary by Sophie Fiennes, called Bloodlight and Bami, in which we see her dancing till dawn in a New York club, not so much having a good time but rather in a trance. The beat, a pulse. I find clues in that famous clip in which we see her slapping a TV host, apparently for no reason at all. ‘He turned his back to me!’ she laments in Bloodlight and Bami. And yes, how could he?

And yet there is vulnerability in Grace Jones. There is something soft and scared behind those sunglasses, the laser eyes. It’s the girl she used to be, back in Jamaica, that they called Beverly. If Jones is the sum of her parts, those parts do not consist of a machine and an animal, male and female, black and white; they consist of a protector and something that needs protection. We might not get to see that girl she used to be, the Beverly part of Miss Grace Jones, but she’s in there. She’s that motor that drives her. The pulse, the heartbeat.

Miss Grace Jones is off in her Citroën CX. She eats herself up and closes those headlight eyes. She blows a kiss to the camera, dust swirling around her. Cheekbones and a flattop. Make-up like warpaint. A silhouette so recognizable she doesn’t even need an introduction. She doesn’t need an excuse for her dust. She steps on the gas.

Bekijk hier het complete programmaboekje

- - - - - -

Dear Nick Cave,

I guess it started out around the time I was checking out CD’s at the local library, copying them to cassette tapes at home. And by “it”, mister Cave, I mean our little romance, my decades-long affair with your silhouette. I know I checked out your CD’s as well, I’m sure of it, though I don’t have the tapes to prove it. I’m sure it was your voice on my Walkman, brimming with anger, coming down on me like thunder while I rode my bike around the neighborhood delivering newspapers, one letterbox at a time.

You know, pictures were hard to come by then. They were rare and therefore valued more highly. Your looming figure, preaching not with words but with a finger stuck in the air. Your entangled black hair done up like a murder of crows. You in the shadows, four letters painted on your bare chest, spelling out H-E-L-L.

Mister Cave, your silhouette in black and white was on my bedroom wall. In fact, it was right above my bed. Skinny, arched back, the mess of your black hair. I still hear the muttering of guitars and drums, increasing in volume like wild horses emerging from the distance. I still hear those first words you uttered as a Bad Seed: ‘I stepped into an avalanche / It covered up my soul / When I am not this hunchback that you see / I sleep beneath the golden hill’. Yes, you were that hunchback, drawing your rage from your shoulders, always questioning the innocence and sanity of those listening. But most of all questioning your own.

Yes, I saw you, hunchbacked on stage, in a venue with assigned seats. I was seated in the back. I didn’t dare get up and defy authority, like the rest of the audience did. You were at the very front of the stage, stretching your arms, your Red Right Hand. Maybe you stretched them towards me. The stage lights projected your shadow, not once but twice, making you larger than life. You know what? I did get up.

And then there was her silhouette. I carried your novel around school, reading and rereading the part about Heaven and the part about Hell, but most of all reading the part about Cosey Mo. I looked for her in other girls, I drew her silhouette in pretty dresses. I even tried to become her, writing her name down on my skin. But of course the ink never lasted.

Picture this, mister Cave: the same bedroom where you hung from the wall in black and white, me on my balcony, longing for a storm. And when the wind finally pulls my hair, it’s you again, lending your voice to the soundtrack of the storm. Your voice is softer now, full of regret instead of anger. Your murky water and shallow graves have turned into candles burning on the window sill. Your guilty saints and repenting sinners are being muffled with tender words of forgiveness.

Yes, mister Cave, I remember the last time I listened to one of your songs over and over again like it was the only song left in the world. It was a sad one, a THE END type of song to close an ever sadder movie. You thanked me. Thanked me. You said you’d love me till the end of the world. If that is true – cue Warren Ellis’s sad violin – then I guess the world is coming to an end soon.

But it was a pleasure knowing you.

Love,
Basje

Bekijk hier het complete programmaboekje



Nieuws #139
14/09/2019

Voor De Gids (editie september 2019, nu in de winkel) schreef ik het essay Ladycamp.

Over de betekenis die popcultuur kan hebben, over de taal die je met popcultuur kunt spreken, en de gemeenschap die daarmee ontstaat. Over hoe popcultuur een rol zou kunnen spelen in het feminisme. Over de manier waarop een uitvergroting van vrouwelijkheid altijd expliciet seksueel is, en hoe dit een gevolg is van de male gaze die we, omdat we allemaal met die blik kijken, beter de "male lens" kunnen noemen. Over "machocamp" en de neiging om Chuck Norris als "lekker fout" te bestempelen en, bijvoorbeeld, Barbra Streisand als simpelweg "fout". 

Over Beyoncé, riot grrrl, Jessica Fletcher, "dyke camp", de jas van Nancy Pelosi, The Love Witch, Lana Del Rey, Susan Sontag, en meer.

Met prachtige illustratie van Ruth van Beek.




Nieuws #138
08/09/2019



Mijn agenda de komende tijd:

13 september | De donkere kamer #41 | 20.00 | Pakhuis De Zwijger
Programma over fotografie, met beeldcolumn van mij over de pin-up.
Lees hier meer

17 september | Het nieuwe feminisme & literatuur | 20.00 | TivoliVredenburg
Programma i.s.m. De Groene Amsterdammer. Met verhaal van mij over Marlen Haushofers De wand, n.a.v. mijn bijdrage aan de bundel De nieuwe feministische leeslijst.
Lees hier meer

28 september | Front Row Festival | diverse locaties Amsterdam-Noord
Cultuurfestival van We Are Public waarin de maker centraal staat. Ik interview diverse schrijvers over de totstandkoming van een boek.
Lees hier meer

17 oktober | Lichaam en macht: De blik | 17.00 | Spui25
Serie van de Akademie van Kunsten over de reflectie op het lichaam ten tijde van #metoo. In deze editie staat de blik centraal. Met lezingen van mij en Melanie Bonajo.
Lees hier meer

22 oktober | Het geslachtelijke onbehagen | 19.15 | EYE
Programma i.h.k.v. het nieuwste nummer van De Gids, dat gender als thema heeft. Mijn verhaal over vrouw en film staat tijdens deze avond centraal, inclusief plaatjes en fragmenten. Met diverse andere sprekers.
Lees hier meer



Oudere berichten