blog
Nieuws #106
23/11/2016

14 t/m 18 november zat ik in De Torenkamer van VondelCS. Te schrijven, aan een nieuwe roman. Voor Opium hield ik verslag bij.

#1
Wat is het uitzicht vanuit De Torenkamer sensationeel: bruine, gele en groene bladeren, eenden in de vijver, honden aan de oever, dik ingepakte Amsterdammers op de fiets of onder paraplu’s; een laag mist hangt er overheen als een Instagram-filter. De komende week is dit mijn uitzicht, terwijl ik schrijf aan een nieuw boek; het beginnetje van een nieuwe roman. Of nou ja, beginnetje: ik heb beloofd dat ik het hele eerste deel af ga maken. Het is lastig in te schatten hoe realistisch dat voornemen is: je weet tenslotte niet waar je tegenaan loopt tijdens het schrijven. Hele romans verdwijnen in digitale prullenbakken wanneer een vooropgezet plan toch niet blijkt te werken.

Terwijl ik dit schrijf, begint de schemer in te vallen. Op de voorgrond bestaat mijn uitzicht uit een papieren koffiebekertje, een glas water, boeken, nog meer boeken, een notitieboekje, een pen. Mijn laptop natuurlijk, waarop ik dit tik. Het notitieboekje gebruik ik om tekeningen te maken: de route die een personage wandelt, minimalistische schetsen van de personages. Zo krijg ik iets meer grip op de wereld die ik beschrijf. De boeken die ik heb meegenomen gaan vooral over film: twee naslagwerken, een boek over scenarioschrijven en op mijn iPad het script van The Breakfast Club. Maar ik heb ook een roman mee, De mindere goden van Eimear McBride, en een dichtbundel van E. E. Cummings. Het luistert heel nauw, wat je kunt lezen terwijl je zelf aan het schrijven bent. Het moet niet te veel lijken op wat je zelf aan het doen bent, heb ik gemerkt. Het juiste boek voegt iets toe aan je eigen werk, het verkeerde boek werkt tegen je.

Het wordt echt donker nu. Achter het beeldscherm van mijn computer doemt mijn eigen gestalte op, weerspiegeld in het raam. In de donkerte van mijn gezicht zijn de bladeren van de bomen te ontwaren, soms een jogger, een voorbijganger in een rode jas. De buitenwereld en ik komen zo samen in één beeld. Ik moet mijn best doen er niet een metafoor in te zien.

#2
Gisteravond zat ik nog tot laat te schrijven. De stilte buiten, niet alleen in het park maar in heel het pand, maakte me rustig. Ik dacht dat mijn focus het scherpst was in de ochtenden, maar nu weet ik weer hoe fijn het kan zijn om ’s avonds laat te schrijven. Ik tikte er zo een hele pagina uit. Niet slecht, kon ik vanochtend concluderen. Toch backspacete ik de laatste 100+ woorden.

Ik werk zo: ik ken mijn personages, ik weet welke kant het verhaal op gaat, ik weet wat ik wil vertellen en ik heb al een paar scènes of momenten in mijn hoofd. Verder doen mijn vingers het werk: het gebeurt allemaal terwijl ik tik. Maar dan is het wel zaak om terug te lezen, om constant terug te lezen, en om te schrappen wanneer je merkt dat het verhaal een kant op gaat die niet logisch is, die nergens heengaat. Een omweg. Een verkeerde route. Een doodlopende straat. En zo nog wat metaforen. Intussen moet je ook nog je personages op de rails houden. Klopt dit wel? vraag ik mezelf continu af. Zou hij dit zeggen? Zou hij dit doen? En wanneer mijn personage iets onverwachts doet, moet ik dan mijn ideeën over hem bijstellen?

Vandaag stel ik mezelf vooral vragen; het schrijven wil niet erg. Ik lees terug, ik herschrijf, ik backspace. Intussen lees ik ook een filmscenario, bij wijze van research. Daar vermaak ik me op het moment het meest mee, meer dan met het schrijven zelf. Buiten regent het, ik ben blij dat ik binnen zit. Juist op de momenten dat ik op dreef ben, op de momenten dat de woorden makkelijker lijken te komen en het verhaal zich op natuurlijke wijze ontrolt, laat ik me afleiden. Door dit blog bijvoorbeeld. Waarom is dat? 

#3
In mijn notitieboekje zitten al mijn personages aan tafel. Het is zomer en ze zitten in de tuin. Tenminste, op de tekening is dat niet te zien, maar het is de situatie die ik in hoofdstuk 6 en 7 van mijn nog te voltooien roman beschrijf. Tijdens het tikken kijk ik zo nu en dan in mijn notitieboekje, om te zien wie waar zit. O ja, Rens zit schuin tegenover Johanna. Bibi zit naast hem. Ik heb ontdekt dat zij graag haar schoenen uittrekt en haar benen optrekt. Zo leer je al schrijvende je personages kennen.

Ik fiets Amsterdam door, nat en herfstig Amsterdam, om buiten de deur te eten. Hett helpt; de wind, en het rumoer om me heen. De personages lijken nog te veel op elkaar, peins ik tijdens het fietsen. Hoe maak ik ze specifieker, hoe maak ik het onderscheid scherper? Of, een radicale gedachte, zal ik er een of twee schrappen? Heb ik zoveel personages wel nodig? Maar ik wil niet schrappen. Ik ben gesteld op ze geraakt, nu al.

Tijdens de lunch lees ik. De poëtische taal van Eimear McBride werkt soms geweldig, dan weer helemaal niet. Maar nu, in deze specifieke scène, trekt ze me volledig in het verhaal. Op de momenten dat ik me uit het boek weet los te maken, kijk ik op, en denk aan mijn eigen verhaal. Een man loopt langs, hij heeft brede heupen. Ik denk aan een van mijn personages: kan hij niet ook brede heupen hebben? Ik maakte er een notitie van in mijn telefoon.

Op de terugweg vind ik een boomblad, groter dan mijn hoofd en aan de onderkant zo zacht als wol. Ik neem de herfst mee De Torenkamer in. 

#4
Vandaag kwam ik druipend van de regen De Torenkamer binnen. Ik keek naar buiten: inmiddels was het droog. Ik zat precies in de bui, zal je altijd zien. Nu, aan het einde van de dag, is het al te verleidelijk om de regen de schuld te geven. Ik ben vandaag, schat ik, zo’n 500 woorden verder gekomen. Weinig, vind ik. Veel, vindt Zadie Smith. In een gesprek tussen haar en collega-schrijver Jeffrey Eugenides, waarvan een filmpje circuleert op het internet, vertelt ze dat als ze 800 woorden schrijft, ze felicitaties verwacht. 500 is voor haar de standaard.

Ik denk veel aan andere schrijvers wanneer ik zelf aan het schrijven ben. De een vertelt dat hij op de bank schrijft. De ander zit met een laptop in bed. Iemand heeft de televisie op de achtergrond aanstaan. Ik probeer het vak niet te romantiseren, maar ontkom er bijna niet aan. Ik lééf zo ongeveer op mijn bank, maar hij is te min om een boek op te schrijven. Ik ben groot fan van achtergrondtelevisie (Studio Sport is favoriet), maar die staat uit wanneer ik schrijf. Hier in De Torenkamer zijn de omstandigheden ideaal, want zonder opsmuk: een tafel, een stoel, een kachel (goddank!), het uitzicht natuurlijk. Dat is zelfs nu mooi, in het donker, wanneer ik niet meer zie dan de lichten die worden weerspiegeld in de druppels op het raam.

In mijn reguliere werkbestaan, waarin ik schrijfklussen en opdrachten met mijn eigen werk combineer, komt het aan op uren sprokkelen: vroeg in de ochtend, laat op de avond, soms de luxe van een hele dag. Hier in De Torenkamer strekken de schijnbaar eindeloze dagen zich voor me uit. Soms weet ik de uren makkelijk om te zetten in een snel oplopend woordenaantal. Op andere momenten laat ik me al te makkelijk afleiden. Door de regen op het raam. Door het drogen van mijn voeten bij de kleine elektrische kachel. Door een filmpje van Zadie Smith.

#5
Laatste dag in De Torenkamer. Als er een ideaal moment is om terug te kijken op de afgelopen week, dan is dit het. Maar het lukt niet. In mijn geheugen kleven de dagen aan elkaar en verworden tot een brei van gele bladeren en herfstbuien, het scrollen door een tekst die almaar langer wordt. Liever klamp ik me vast aan harde feiten, onverbiddelijke cijfers.

Mijn tekstbestand telt momenteel 9.425 woorden. Ik ben halverwege hoofdstuk negen. Ik heb mijn doel (het afronden van het eerste deel) niet gehaald; ik had het ook niet echt verwacht. Toch ben ik verder gekomen dan ik bij aanvang dacht: ruim over de helft. Mijn personages zijn gesetteld. Hebben hun koffers uitgepakt. Ik pak mijn koffers juist weer in. Mijn boeken, die grotendeels ongelezen bleven, gebruik ik om het boomblad dat ik uit het park meenam, heel te houden. Het is inmiddels gedroogd, en gedeeltelijk verbrokkeld.

Vandaag was ik in de hotelkamer van mijn hoofdpersoon, ik liep er samen met haar rond. Ze vond een brief zonder afzender: een gedicht dat ik had geschreven. Ik vraag me af hoe het zal zijn om hier, over een maand misschien, wanneer het nog kouder en donkerder is, langs te fietsen. Waar is mijn hoofdpersoon dan? Herinner ik me, wanneer ik de toren zie, de hotelkamer waar mijn hoofdpersoon verbleef? Herinner ik me een verbrokkeld boomblad? Ook dan maakt mijn geheugen een brei van deze vijf dagen. Kent geen onderscheid tussen dat wat ik beleefde, en dat wat ik schreef.

Hier meer



Nieuws #105
02/11/2016

Bermuda heeft nu ook een "the movie", gemaakt met Bart Voorbergen. Bekijk 'm op YouTube



Nieuws #104
13/09/2016

Zo ziet mijn agenda er de komende tijd uit:

Op 22 september is de eerste editie van De Canon van de Boekverfilming, een samenwerking van OBA Live en De Groene Amsterdammer. Dan gaan Gawie Keyser en ik onder leiding van Theodor Holman in gesprek over boek en film The Silence of the Lambs, waarna de film wordt vertoond. (De tweede editie vindt overigens plaats op 11 oktober. Dan ga ik in gesprek met Marja Pruis.)

Tussen 21 t/m 30 september vindt het Nederlands Film Festival plaats. Ik zit dit jaar in de KNF-jury, die tijdens het Gouden Kalveren Gala een eigen prijs uitreikt. Daarnaast staat er een essay van mij in de uitgave van het Forum van de Regisseurs en zullen we tijdens het festival de nieuwe aflevering van de Schokkend Nieuws Podcast opnemen.

Op 27 oktober ben ik te gast bij Linnaeus Live, een samenwerking van OBA Linnaeus, Schrijvers uit Oost en de Linnaeus Boekhandel. 

In het weekend van 4 + 5 november sta ik op Crossing Border. Op vrijdagavond draai ik plaatjes tijdens het jubileumfeest van Privé-domein en op zaterdag lees ik voor uit Bermuda.

 



Nieuws #103
20/08/2016



Bermuda werd de afgelopen maanden nog gerecenseerd in Opzij, LINDA. en De Limburger.

Daarnaast werd ik geïnterviewd door Jan van Tienen, voor de afdeling Broadly van VICE. Onder meer over Marja Pruis. Lees het hier.

- - - - - - - -

'Dromerig, maar helemaal-van-nu-debuut'
'Sprankelend'
'Een debuut dat staat, op een aangenaam gek soort manier.'
- Opzij 

'Lief en cool'
'Girls maar dan in Amsterdam'
- LINDA. 

* * *
'Veelbelovend debuut'
'Bermuda mag dan gaan over verdwijnen, de schrijfster zal dat zeker niet.'
- De Limburger

Foto hierboven: met Marja Pruis, door Jan Postma 



Nieuws #102
17/06/2016

Joost de Vries, deze week in De Groene Amsterdammer:

'Bermuda is een lekker origineel narrig boek, speels en helder geschreven, waarbij Boer de lezer heel losjes meetrekt de associatieve gedachtewereld van Meis in.'

'Bermuda eindigt met een lieve, verstilde epiloog. [-] Ik verklap niets, het is ambigu. Je kunt als lezer zelf bepalen hoe je het interpreteert.'



Lees de complete recensie op Blendle
Meer over Bermuda



Nieuws #101
14/06/2016

Bermuda werd tot nu toe tweemaal gerecenseerd, in Trouw (Elke Geurts, 28 mei) en de Volkskrant (Daniëlle Serdijn, 11 juni).



Trouw:
'Betoverende debuutroman'
'Als lezer ga je mee in de wereld die Basje Boer je voorschrijft. Dat is een grote verdienste van de schrijfster.'
'Haar stijl is visueel, fantasierijk, grappig en volkomen eigen.'
'Je wilt graag doorlezen omdat je je afvraagt waarheen de zoektocht van Meis in hemelsnaam leidt. Ook niet onbelangrijk.'



Volkskrant:
* * * *
'Met verve verbeeldt Boer de zoektocht naar een volwassen personaliteit.' 
'Thematisch is Bermuda een compact verhaal.'
'Het laat zich lezen als een eigentijdse geschiedenis door de losse compositie en hipsterschrijfstijl.'

Lees de gehele recensie uit de Volkskrant hier terug. 



Bericht #38
10/06/2016

Over Bermuda

 

Bermuda opent met twee motto’s. Het eerste is afkomstig uit Big (Penny Marshall, 1988). Het luidt: ‘It’s a glow-in-the-dark-ring. So you don’t get lost.’ Ook het tweede motto is een quote uit een film, Alfred Hitchcocks Vertigo (1958): ‘Here I was born and there I died. It was only a moment for you, you took no notice.’ 

In Big ondergaat het hoofdpersonage een bovennatuurlijke transformatie: de twaalfjarige Josh krijgt het lichaam van een volwassen man. Natuurlijk is hij niet echt volwassen; hij is nog steeds een twaalfjarige, een feit dat hij amper weet te verbloemen. De zin over de “glow-in-the-dark-ring” spreekt hij uit tegen zijn love interest. De vrouw blijft bij hem slapen, onderin het stapelbed, en als dank geeft hij haar zijn ring. Zijn opmerking is vrij van ironie (stel dat je verdwaald raakt in een bos, denkt de twaalfjarige, dan is het superhandig als je een lampje bij je hebt), zij interpreteert hem romantisch (hij is de stabiele factor die haar door het donkere bos van het leven leidt, zoiets). Maar feit blijft: hij is niet de man die hij zegt te zijn.

Ook Judy speelt een toneelstukje. De plot van Vertigo – een film waar je het niet over kunt hebben zonder ‘m te spoilen – draait om een moordintrige. Judy doet zich voor als Madeleine, die op haar beurt bezeten is door ene Carlotta Valdes, die jaren geleden zelfmoord pleegde. Judy speelt haar rol met verve: als Madeleine/Carlotta is ze mysterieus, afstandelijk, kwetsbaar. Geen wonder dat Scottie verliefd wordt. Ze wijst naar de ringen van een boom. ‘Hier,’ ze doelt daarmee op een jaartal, ‘werd ik geboren. En daar,’ ze wijst naar een ander jaar, ‘ging ik dood.’ Dat hij het niet opmerkte, zegt ze. In het licht van de eeuwigheid zijn onze levens niet meer dan een moment.

Josh en Judy doen zich als iemand anders voor. En hun teksten hebben nog iets anders gemeen: beide zijn onderdeel van een dialoog, en verwijzen naar een "you". Josh en Judy praten tegen iemand, ze spreken diegene direct aan. Ze voeren een toneelstuk op; de "you" tegen wie ze spreken, is hun publiek. Meer nog dan over uitvinden wie je bent, gaat Bermuda over uitvinden wie je bent in de ogen van de ander.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Bermuda is nu in de boekwinkel te koop. Lees meer over mijn thema's, terzijdes en inspiratiebronnen op de pagina basjeboer.nl/bermuda.



Nieuws #100
17/05/2016

Bermuda is er! Daarover het volgende.

1. Je koopt Bermuda bijvoorbeeld hier, of hier.

2. Je kunt ook een voorpublicatie lezen, namelijk hier

3. Ik heb al mijn referenties, thema's en inspiratiebronnen verzameld op de pagina basjeboer.nl/bermuda. Met plaatjes! En video's!

4. Ik vertelde over Bermuda, en andere dingen, bij radioprogramma Nooit meer slapen, in de rubriek Open kaart. Luister het gesprek hier terug.

5. De auteursfoto op de achterflap is van Nick Helderman

 



Nieuws #99
22/04/2016

Op 24 mei verschijnt mijn roman, Bermuda. Bij Nijgh & Van Ditmar. Je bestelt hem bijvoorbeeld bij Bol.com, of bij Scheltema.

Meis weet niet hoe ze moet leven. Wanneer ze haar beste vriendin kwijtraakt, verliest ze alle houvast. Ze slentert over straat en vlucht voor het donker, bang voor alles om zich heen. Filmscènes vlechten zich door haar dagen en maken de werkelijkheid tot een droom. Wanneer Meis’ bestaan zo klein is geworden dat ze er nauwelijks nog in past, laat ze alles achter en vertrekt. Haar intuïtieve zoektocht naar zichzelf leidt van het Amsterdamse Bos en Lommer tot aan een woonboot in de gracht. Terwijl ze nieuwe identiteiten uitprobeert, wordt Meis ook door de mensen om haar heen in verschillende rollen gedwongen. Maar wie is ze nu echt?

Bermuda is een beklemmende, poëtische coming of age-roman, een mystiek relaas waarin de fictie het meermaals lijkt te winnen van de werkelijkheid.



Nieuws #98
15/04/2016

Mijn verhaal Darling, this place is a lover's oasis staat in literair tijdschrift De Gids, plus mijn antwoorden op een aantal Grote Vragen, in de vorm van een interview met mijzelf. Hieronder het bewijs. De illustratie is van Ruth van Beek.

 



Oudere berichten